donderdag 26 februari 2009

A Tom Moulton Mix


Al gravend in een beetje representatieve collectie Disco Dance Classics 12”-singles kom je het predikaat regelmatig tegen: ‘A Tom Moulton Mix’. Da’s een redelijk ingevoerd kwaliteitskeurmerk onder de Disco DJ’s. Met een zelfde impact als zeg ‘goedgekeurd door de Nederlandse vereniging van huisvrouwen’ destijds of de tegenwoordig erg populaire aanprijzing ‘beste koop’ door de Consumentenbond. Gezaghebbend, kortom. Met de tekst ‘A Tom Moulton Mix’ duidelijk zichtbaar op je hoes had je een gerede kans dat je dansplaat ook echt een floorfiller, een Disco Dance Classic, een discokneiter ging worden. In ieder geval kreeg je er op voorhand al aandacht mee bij de gemiddelde radio discjockey dan wel discotheek-DJ.

Wat is er dan zo speciaal aan een mix van Tom Moulton? En wie is die vent dan wel, dat ie inmiddels al meer dan 4000 (vierduizend!) mixen heeft gemaakt, waaronder een flink aantal legendarische?

Tomas Jerome Moulton is van november 1940 en wilde altijd DJ worden. Maar toen een van zijn helden in de jaren vijftig betrokken bleek bij een omkoopschandaal was dat een enorme ontgoocheling voor Tom. Hij was er altijd van overtuigd geweest dat een discjockey op de radio zijn liedjes aanprees vanuit muzikale liefde in plaats van eigen gewin.
Moulton begon zijn loopbaan begin jaren zestig, na gewerkt te hebben in een platenzaak, als promotiemedewerker bij het legendarische R&B-label King Records, de thuisbasis van mensen als James Brown, Little Willie John, Hank Ballard, The Midniters etc. Tegelijkertijd werd Tom model en werkte hij via diverse boekingsbureau’s. In die hoedanigheid bezocht Moulton regelmatig de Fire Island in New York, het beroemde Gay Holiday Resort waar hij volgens eigen zeggen voor het eerst blanken op zwarte muziek zag dansen. Het viel ‘m bovendien op, dat de singletjes (45 toeren-vinyl) allemaal een minuut of drie duurden en dus eigenlijk te kort waren. De huis-DJ immers, mixte het begin van het volgende nummer al door het eind van de lopende track, waardoor de mensen op de vloer niet wisten of ze nou moesten doordansen in de groove van de vorige of die van de nieuwe track. Op die manier was de effectieve danstijd per liedje nog korter. Volgens Tom moesten de dansbare nummers dus langer duren om het goede gevoel en de dansers op de vloer langer vast te kunnen houden. Hij maakte thuis een tape van drie kwartier met daarin de populairste dansliedjes van dat moment, maar dan wel allemaal verlengd, verbouwd en opgeleukt om te laten draaien in de discotheek. De aanpak van Moulton was net zo simpel als effectief: pak de ‘hooks’ en de lekkere tussenstukjes uit een plaat en laat die vaker terugkomen, afgewisseld door andere opzwepende gedeelten, zodat het nummer langer duurt en toch niet verveelt. Het werkte: de tape was een succes en Moulton stortte zich vanaf dat moment op het ‘remixen’ van disco- en soulhits. Zij eerste product was een remix van BT Express’ ‘Do It (‘Til You’re Satisfied)’, gevolgd door hun ‘Peace Pipe’, die hij zelfs wist op te rekken tot zes minuten.
En passant werd Moulton ook nog de uitvinder van de nog altijd gebruikte en onder DJ’s zeer populaire 12”-single, maar daarover een volgende keer meer.

En van zijn volgende klussen was het aanpakken van Gloria Gaynor-materiaal. Moulton was van mening dat een goede discoplaat niet noodzakelijkerwijs ook van het begin tot het eind hoefde te worden volgezongen door de artiest in kwestie. Wanneer de instrumentale stukken swingend genoeg waren, zou het weglaten van zanggedeelten juist versterkend kunnen werken en de climax vergroten, wanneer ze later weer werden teruggebracht. Sterker nog: een zanger(es) mocht van Moulton na anderhalve minuut net zo goed ophouden met zingen, zodat hij daarna de plaat wel zou afmaken. Tamelijk revolutioniar gedacht destijds, maar dat zijn visie klopte, bleek wel toen Moulton klaar was met ‘Never Can Say Goodbye’ van de discoqueen van toen. Hij verlengde niet alleen alle nummers van het album, maar liet de eerste drie liedjes in elkaar overlopen, zodat de complete A-kant een doorlopende dansmix van ruim achttien minuten werd. Aanvankelijk was men bang met deze aanpak Gloria te beledigen, maar het pakte prima uit. Sterker nog: het idee is later meermalen gekopieerd.

Tom Moulton maakte naast een strakke lange versie ook altijd een 7”- singlemix van zijn creaties, omdat hij bang was dat anders de verkeerde elementen de leidraad zouden vormen bij de radio-edit. In de periode 1974-1977 was hij niet voor niets de meest gevraagde remixer met een behoorlijk ‘track’-record. Ook over de ‘instrumental break’ van zijn mixen is een leuk verhaal te vertellen, hetgeen in een volgende editie aan bod komt.

Wat is een typische Tom Moulton-mix? Bij een eindproduct van Tom lopen de hoge frequenties bijna altijd langer door en zijn ze scherper gemixed. Daarnaast is het laag compacter gemaakt. Deze twee elementen stellen de DJ in staat om de plaat harder af te spelen, hetgeen de dansbaarheid vergroot. Daarnaast zijn de sleutelelementen van het betreffende nummer (herkenbare refreintjes, kreten, percussie-onderdelen, dan wel gebruikte gimmicks) vaker te horen zodat de beleving van een track met name op de dansvloer veel intenser is.

‘A Tom Moulton Mix’ werd een keurmerk, een garantie voor zowel muzikale integriteit alsook hitparadesucces. De hits van artiesten als The Trammps, Grace Jones, MFSB, People’s Choice (Tom was gek op de Philly-sound), Loleatta Holloway, Andrea True Connection, Robert Palmer en verder ‘Every Kinda People’ bewijzen zijn gelijk. Op 20 september 2004 is dat in New York nog eens onderstreept door Moulton uit te roepen tot de eerste remixer die in de Dance Music Hall of Fame werd toegelaten, samen met de door hem geremixte track ‘Love Is the Message’ van MFSB. Overigens kent zijn mix van First Choice’s ‘Dr. Love’ nog een heel bizar verhaal, maar daarover in een volgende editie alle details.

Zijn portfolio telt inmiddels al duizenden producten, maar toch weet de nu bijna 70-jarige (!) muziekliefhebber niet van ophouden. Hij mixt en produceert nog altijd. Hoewel… produceren? Zijn credo is altijd geweest ‘I didn’t make a dance record, I made a record that you can dance to!’

zaterdag 21 februari 2009

Op zijn/haar Frans


Waar de oorsprong van de disco ook ligt; in ieder geval niet in Frakrijk. Maar hoewel de disco dance classics elders werden voorgekookt, doet Frankrijk wel degelijk mee in het samenstellen van de disco- en dance playlist. De kreet ‘Hands Up’ is bijvoorbeeld namelijk ook gewoon de titel van een vloervuller uit de jaren tachtig van Ottawan. Dit duo wordt opgericht door Jean Kluger en Daniel Vangarde, de producenten van de Ottawan-liedjes. Hun bekendste meezinger heet D.I.S.C.O. en die verschijnt zowel in een chauvinistische Franstalige versie als in een wat mondialer Engelse variant.

De twee genoemde producers hadden hun sporen al verdiend met successen voor de Gibson Brothers. Deze frères Alex, Chris en Patrick komen oorspronkelijk van het Caribische eiland Martinique, maar al op jonge leeftijd emigreren ze naar Frankrijk. Hun mix van disco en salsamuziek blijkt voor de Europese hitparades eind jaren zeventig onweerstaanbaar.

Ook Patrick Juvet klinkt Frans. Zijn discohits ‘Got A Feeling’ en ‘I Love America’ zijn eind jaren zeventig internationaal vermaard. Maar de zanger/pianist/componist komt uit Zwitserland, dat hij in 1973 ook vertegenwoordigt op het Eurovisiesongfestival met het Franse ‘Je vais me marier’.

Wel Frans, disco-pionier en internationaal vermaard is Jean-Marc Cerrone. Onder zijn achternaam heeft de drummer/componist/producer veel succes. Hedendaagse dance-artiesten als Daft Punk, Etienne de Crécy, Cassius en vooral Bob Sinclar zeggen zeer te zijn beïnvloed door het baanbrekende werk van Cerrone. Deze voormalige kapper maakt zijn debuutalbum ‘Love in C Minor’ helemaal zelf en verkoopt de eerste oplage LP’s vooral in zijn eigen platenzaken. Uiteindelijk gaan er wereldwijd bijna negen miljoen van over de toonbank.

Cerrone komt jaren daarvoor al in contact met producer Eddie Barclay (pseudoniem van Edouard Ruault). Deze kroegpianist begint de Parijse club Barclay’s en daarna zijn eigen platenlabel, waarop hij materiaal uitbrengt van de populairste Franse chansonniers. Hij contracteert Jacques Brel voor zijn platenmaatschappij Barclay en daarnaast Charles Aznavour, Léo Ferré en Mireille Mathieu. Maar ook de eerste Franse disco-diva: Dalida.

Deze Egyptisch-Franse zangeres en actrice van Italiaanse afkomst wordt geboren als Yolande Christina Gigliotti en verkoopt in totaal meer dan 125 miljoen platen. In ons land goed voor slechts twee hits, maar in Frankrijk dus een van de meest succesvolle artiesten ooit. De voormalig Miss Egypte landt op haar 22e in Frankrijk om het daar te gaan maken. Ze vernoemt zichzelf dan naar de Bijbelse vrouw Dalila, maar Barclay vindt Dalida beter klinken. Met ‘Gigi L'Amoroso’ heeft ze weliswaar haar grootste succes, maar voor de Franse disco is ze pas een paar jaar later van groot belang. Ze covert dan een chanson uit de jaren dertig en met dat ‘J'Attendrai’ scoort Dalida de eerste Franstalige discohit ooit. Die titel neemt ze vervolgens niet letterlijk, want ze pleegt ruim tien jaar later zelfmoord.

donderdag 12 februari 2009

Pas op je tellen!


In de danswereld (en dus ook in die van de Disco Dance Classics) een bekende term: BPM. Niet-ingewijden vragen zich af: Bataafse Petroleum Maatschappij ? Belasting op Personenauto's en Motorrijwielen ? Bachelor of Public Management ? Nee hoor: BPM staat hier voor Beats Per Minute. Frizzle Sizzle zong het al: “Alles heeft een ritme” en ieder ritme is uit te drukken in tellen per minuut. Doorgewinterde feest DJ’s kennen van de meeste liedjes dan ook de bijbehorende ritmegetallen uit hun hoofd. Fanatiek mixende platendraaiers hebben hun platenkoffer niet op alfabet, genre of taal ingericht, maar op beats per minute. Op die manier kunnen ze snel kiezen uit het aanbod liedjes dat (redelijk) naadloos door het lopende nummer kan worden gemixed. Want eindeloos proberen en net zo lang met je pitchcontrol schuiven, totdat je het gevoel hebt, dat het volgende liedje ritmetechnisch past, kan de beschikbare tijd, die je lopende plaat je geeft, wel eens te boven gaan. Hoe het dan gaat klinken, laat zich raden…

Maar hoe weet je welk aantal BPM bij welke plaat hoort? Je kunt natuurlijk even op internet spieken en dan kom je na wat zoekwerk aardig wat overzichten tegen, waarop de belangrijkste disco dance classics vermeld staan met bijpassend ritme. Zo heeft ‘Fantasy’ van Earth Wind & Fire net zoveel BPM’s als ‘La Vie En Rose’ van Grace Jones: 88. De miami-hit ‘That’s The Way (I Like It)’ van KC & The Sunshine Band kun je prima mixen met de eveneens 112 slagen-per-minuut tellende ‘Rapper’s Delight’ van Sugarhill Gang. De beginnende mixer plakt daar dan vervolgens weer gemakkelijk ‘Good Times’ van Chic aan vast om dan via ‘Blame It On The Boogie’ van The Jacksons op 113 uit te komen. Enzovoort.

Vertrouw je die lijstjes op het net niet, dan kun je ook zelf aan de slag. Op een beetje fatsoenlijke DJ-CD-speler dan wel mengpaneel zit al standaard een BPM-teller ingebouwd. Kwestie van even een paar seconden het liedje laten lopen en de digitale display geeft het magische getal aan. Wil je het echter helemaal van jezelf af laten hangen, koop dan een simpel BPM-tellertje in een DJ-Gear-shop, klik op deze internettoepassing (www.exrx.net/Calculators/BeatsMinute.html) of kies voor het betere handwerk: tel het aantal beats, dat in één minuut in het te onderzoeken liedje voorbijkomt. Met een horloge of stopwatch hou je de tijd bij. Als je twijfelt of de laatste slag er nog net wel of niet bij hoort, herhaal je de werkzaamheden nogmaals maar dan met een tijdspanne van twee minuten. Oh … en als je bij een reguliere dance classics op een uitkomst van meer dan 200 BPM uitkomt, moet je gewoon even door twee delen.

donderdag 5 februari 2009

Dance To The Music


Wat was nu eigenlijk de eerste disco dance classic? Met welke party classic is het fenomeen disco van start gegaan? Waar begint, kortom de historische dance playlist mee? Vraag het aan honderd deskundigen en je krijgt hoogstwaarschijnlijk honderd verschillende antwoorden.
In de komende blogs zal ik op de meest voor de hand liggende liedjeskeuzes uitvoeriger ingaan. Vandaag staat een nummer centraal dat gerust kan doorgaan voor de start van de disco.

Sly & the Family Stone was een funk-/soul-/rockband uit San Francisco, Californië. Grofweg tien jaar zijn ze actief geweest: in de periode tussen 1966 en 1975. Belangrijkste persoon was natuurlijk zanger/componist/producer en vooral multi-instrumentalist Sly Stone. Deze voormalig DJ had flink wat zingende en musicerende familieleden en vrienden om zich heen verzameld.
Hij en zijn gitaarspelende broer Freddie Stone voegen eind 1966 hun beider bands (Sly & the Stoners en Freddie & the Stone Souls) bij elkaar. Zodoende ontstaat er een collectief met daarin trompetist Cynthia Robinson, drummer Gregg Errico, saxofonist Jerry Martini en bassist Larry Graham. Nog geen jaar later zou Sly and Freddie's zus Rose Stone de pianiste worden. Zij, Freddie, Sly en Larry zorgen om beurten voor de hoofdvocalen, terwijl andere zus Vet Stone samen met Mary McCreary en Elva Mouton het achtergrondkoortje Little Sister vormt.

Hun debuutsingle bij een lokaal label bezorgt ze meteen een platencontract bij Epic Records waar de band in 1967 hun debuutalbum ‘A Whole New Thing’ uitbrengt. Daarna begint de victorie: hun eerste hit is ‘Dance To The Music’ van het gelijknamige album uit 1968.

De muziek van Sly & The Family Stone leunt op de soul en rock, door sommigen aangeduid als psychedelische soul. De band is van invloed op de heersende hippiecultuur en legendarisch is hun optreden op het Woodstockfestival van augustus 1969. Het in hetzelfde jaar uitgebrachte album ‘Stand!’ is nog altijd een klassieker. De volgende mijlpaal is het album ‘There's a Riot Goin' On’ (1971) dat opvalt door een krachtig en door drugs beïnvloed funkgeluid. Baanbrekend en door velen gezien als voorloper van de p-funk.

Daarna beginnen de verschillen tussen de bandleden hun tol te eisen. Personeelswisselingen, niet komen opdagen bij optredens en dalende verkoopcijfers leiden de split in 1975 in. Sly blijft toeren onder de groepsnaam van 1975 tot 1987, tot hij wordt gearresteerd en veroordeeld voor cocaïnegebruik.

Jarenlang leeft Stone als kluizenaar tot hij in 2007 weer opduikt op het North Sea Jazz festival. Maar goed: vier relevante albums voor de geschiedenis van de dansmuziek en vijf Amerikaanse top tien-hits op zak is een mooie score. En een ervan is dus die disco dance classic waar geen enkele party dj zich een buil aan kan vallen: ‘Dance To The Music’.

donderdag 29 januari 2009

Put the needle on the record


Hoewel je tegenwoordig met de meest moderne apparatuur je disco dance classics kunt reproduceren (daarover in een van de volgende blogs meer), gaat er volgens puristen niets boven het draaien van vinyl. De disco feest dj laat zich al jaren vergezellen door een koffer vol singles, maar vooral 12”-exemplaren van gewilde vloervullers. En waarop draait hij die? Inderdaad: een draaitafel… excuses… DE draaitafel. Want er is er natuurlijk maar eentje, die geschikt is voor dit werk en die decennia na introductie nog altijd verhandeld wordt. Al jaren kost ie tweedehands bijna net zo veel als nieuw en van stuk gaan heeft het apparaat volgens mij nog nooit gehoord. We hebben het hier over de volgens veel party dj’s mooiste uitvinding van de vorige eeuw: de Technics SL1200MKII.

Wat is er zo bijzonder aan deze draaitafel? Wel, hij is robuust en voor zover mogelijk stootvast, je kunt er mee scratchen, mixen, in het donker werken vanwege de tactisch geplaatste uitschuifbare telescooplamp en vooral: snel mee starten. Want de gemiddelde plaat die je op de draaitafelmat van de SL legt, komt binnen een kwartslag op de juiste snelheid. Ideaal voor harde doorstarts of paniekmixen in geval je als discjockey de fade out van de lopende plaat al hoort terwijl je net van het toilet terugkomt….

Nee, de ruim 10 kilo wegende draaitafel is niets meer dan een legende. In 1972 ontwikkeld als consumentendraaitafel van hoge kwaliteit (toen nog zonder pitchcontrol), groeide het apparaat pas na zijn introductie van de aangepaste versie in 1978 uit tot de must-have van iedere zichzelf respecterende DJ. Zowel bij radiostations als discotheken werd de machine op grote schaal (in tweevoud!) aangeschaft. Inmiddels zijn er meer dan drie miljoen exemplaren van verkocht; een aantal dat maar voor weinig disco dance classic party hits is weggelegd…

In de loop der jaren is de draaitafel in verscheidene varianten aangeboden: soms gemodificeerd, maar ook in ‘gouden’ uitvoering voor de bling bling dj. Kijk voor de evolutie van de machine even op deze pagina. Rappers spreken liefkozend over de 1200 en noemen ‘m "Tee 12", "Tec 12" of "Ones and Two".
Nieuwe platen heeft deze draaitafel overigens ook voortgebracht: ‘The Adventures of Grandmaster Flash On The Wheels of Steel’ is helemaal met SL’s in elkaar gezet en ook voor de speciaal voor de ‘Discoh 82’ uitgebrachte promotie-LP mixte Ben Liebrand de gebruikte tracks destijds aan elkaar met de nog altijd zeer gewilde draaitafels.

De prijs is overigens nauwelijks veranderd: in de jaren tachtig moest je er rond de 1200 gulden per stuk voor betalen en nu kost een gemiddelde Tec 12 nog altijd rond de 550 euro. Natuurlijk is dat bedrag aan te passen al naar gelang je voorkeur voor bepaalde naalden en/of elementen, maar het instapmodel is dus eigenlijk goedkoper geworden (of juist inflatiebestendig?). Mijn eigen twee exemplaren worden met de toegenomen aanschaf van nieuwe ‘DJ Gear’ natuurlijk nog maar hoogst zelden gebruikt, maar die zwarte bakplaten (ik heb de SL1210MKII’s) de deur uit doen? Je gooit je jeugdfoto’s toch ook niet weg?

donderdag 22 januari 2009

Disco dance classic millionseller uit woede


Vorige week postte ik een bericht over de legendarische Studio 54. Die club heeft ongewild ook een van de allergrootste disco hits voortgebracht: ‘Le Freak’ van Chic.

De band Chic is nog niet zo beroemd als bassist Bernard Edwards en gitarist Nile Rodgers een uitnodiging krijgen van zangeres Grace Jones (die net ‘La Vie en Rose’ heeft uitgebracht) om haar gasten te zijn op één van de spetterende avonden in het New Yorkse danstheater. Jones wil eens kennismaken en mogelijk met de mannen samenwerken om haar nieuwe repertoire vorm te geven. We praten oudjaarsavond 1977 als Rodgers en Edwards zich melden aan de deur van de uitgaansgelegenheid. Helaas staan ze niet op de gastenlijst en hoe ze de portier er ook van proberen te overtuigen dat zij toch echt de bedenkers zijn van die onweerstaanbare groove in ‘Dance Dance Dance’, die nota bene bijna dagelijks achter diezelfde deur wordt gedraaid, komen ze er niet in. Verbolgen laten ze het etablissement in hun feestkledij achter zich. Hun antwoord kan er maar één zijn: een liedje met de zojuist opgedane ervaring als inspiratie.

Het wordt een baggervet nummer met als tekst ‘Aahhh .. fuck off!’, om uiting te geven aan de woede van de schrijvers over de discotheekdeur die voor hen gesloten bleef. Maar zo’n tekst gaat niet gedraaid worden op de radio, realiseren ze zich. Vandaar dat die regel al snel wordt veranderd in ‘Aahhh .. freak out!’ Dat het liedje ook inderdaad over de wereldberoemde discotheek gaat, bewijst de laatste coupletregel: "Just come on down to 54."
Liefst twee miljoen singles worden er van in Amerika verkocht en wereldwijd zelfs dertien miljoen. De platenmaatschappij stopt op een gegeven moment zelfs met het persen van singles om de kopers te dwingen de LP aan te schaffen…

Sportief zijn ze overigens wel daar bij Studio 54, want een jaar nadat de snarenvirtuozen van Chic de toegang werd geweigerd, verschijnt er een verzamelalbum ‘A Night At Studio 54’ met als openingsnummer…. Inderdaad: ‘Le Freak’ van Chic.

Helaas is die geplande samenwerking met Grace Jones er nooit van gekomen. Rogers en Edwards maken nog wel succesvolle platen met Sister Sledge en Diana Ross. Nile Rodgers werkt daarnaast nog voor Mick Jagger, David Bowie ('Let’s Dance’) en Madonna (‘Like a Virgin’), terwijl Bernard Edwards platen produceert voor The Power Station, Joe Cocker en Robert Palmer. Hij overlijdt in 1996. Tien jaar daarvoor had Rodgers overigens nog wel meegewerkt aan een album van Grace Jones.

Maar ruim dertig jaar na dato prijkt op iedere playlist van het gemiddelde discofeest nog altijd ‘Le Freak’ van Chic. Want wat is een disco dance classics party zonder die ene kreet ? Zeg ‘ns… 'Aahhh... '.

donderdag 15 januari 2009

Legendarisch in 31 maanden


Sommige artiesten zijn hun leven lang beroemd vanwege dat ene lekkere liedje. De disco dance classics-one hit wonders zijn legio en daar lees je hier binnenkort veel meer over. Maar ook voor gebouwen gaan die 'five minutes of fame' op. Neem het pand aan West 54th Street in Manhattan in New York. Als je er nu binnen gaat, kom je in het theater van The Roundabout Theatre Company. Naast jou is er plaats voor nog 899 personen en je kunt je drankje halen aan één van de twee bars.

Maar dertig jaar geleden....

Het schoot me door het hoofd toen ik vanochtend het liedje 'The Eyes Of Jenny' van Sandy Coast hoorde. Huh? Geen disco dance classic nee, maar de tekst geeft wel een hint: ''But tonight at the Studio 54 she came suddenly walking through the front door..." Tja.. Studio 54.. Zij die er in de rij hebben gestaan (!) weten er alles van. Er werden uitbundige dansfeesten georganiseerd met veel drank en drugs waarbij ook (vooral) vele celebrities konden worden bekeken. Als je iets wilde voorstellen in de wereld van glamour, zorgde je ervoor dat je gezien werd in de 54. Maar binnenkomen viel nog niet mee! De twee eigenaars Steve Rubell en Ian Schrager hielden er namelijk een bizar toegangsbeleid op na. 'Cherrypicking' was hierbij het sleutelwoord. Bovendien lieten ze vaak lange rijen voor de deur staan om de gewildheid van de club te etaleren aan voorbijgangers. Er zijn zelfs avonden geweest waarop maar een handjevol bezoekers werd binnengelaten; de rest mocht in flinterdunne discokledij buiten blijven vernikkelen. Maar elitair kon je Studio 54 toch niet noemen. Het was namelijk wel een club waar rijke mensen en gewone stervelingen met elkaar konden dansen. Een fan van zeg David Bowie kon er met zijn of haar idool op de dansvloer worden gesignaleerd. Nu kwam je als arme sloeber echter niet zomaar binnen, aangezien feestgangers zonder geld wel overdreven streng op hun uiterlijk werden geselecteerd. Overigens is het prachtige logo van de hand van Gilbert Lesser.
Terug naar de eerste regel: lang heeft de zegetocht van de discotheek niet geduurd, want de club opende op 26 april 1977 en sloot zijn deuren na een inval door de belastingdienst op 17 december 1979. In nog geen tweeëneenhalf jaar is de naam dus gevestigd van deze legendarische uitgaangsgelegenheid, die anno 2009 nog altijd voor herkenning zorgt.
Een jaar na de sluiting werd de zaak heropend met een nieuwe eigenaar, maar na zes jaar gingen de deuren van het danspaleis in 1986 opnieuw dicht. Nu kunnen er dus louter theaterbezoekers terecht. Eigenlijk is de cirkel rond, want de foto's van destijds laten allerlei extravagant uitgedoste bezoekers zien, die de term 'dress to impress' toen al in de praktijk brachten. Het apies kijken was dan ook voor veel bezoekers de belangrijkste reden om te proberen binnen te komen. Theater in optima forma dus!
In 1995 werd in Las Vegas een club geopend, die door moest gaan voor een soort opvolger van de originele Studio 54. Om de sfeer van toen terug te brengen was een aantal onderdelen van het oorspronkelijke interieur bij de inrichting gebruikt. De mythe van de originele discotheek wordt echter aardig verbeeld in de film '54' uit 1998, met in de hoofdrollen Mike Myers, Ryan Phillippe, Neve Campbell en Salma Hayek.
En ieder jaar organiseert de Belgische homodiscotheek Red&Blue zijn eigen interpretatie van Studio 54 in het Antwerpse Sportpaleis. Het evenement is een bijzonder groot succes getuige de duizenden disco dance classics-fans die jaarlijks naar l'Anvers afreizen. De organisatie spreekt zelfs van het grootste disco-event ter wereld.

Meer over de legendarische discotheek vind je hier

donderdag 8 januari 2009

Do It Any Way You Wanna



Gisteren zette ik 'm stiekem toch weer harder.. ik reed in de auto op weg naar huis en al zappend door radioland viel ik in een afkondiging van een liedje, waarvan de titel me inmiddels alweer ontschoten is.
Juist toen ik wilde doorklikken, hoorde ik op de achtergrond het intro van één van de lekkerste dansdeuntjes ooit: 'Do It Any Way You Wanna' van The Peoples Choice.
Onweerstaanbaar. Zo verschrikkelijk goed gemaakt. Op het eerste gehoor simpel, maar o zo doeltreffend in elkaar gezet. Zonder zijn vaste Philly-maatje Kenneth Gamble componeerde Leon Huff deze klassieker in zijn eentje. Wat horen we? Een net niet recht drummende slagwerker, een vette bas en natuurlijk dat onweerstaanbaar prettige orgeltje. En de tekst? Die is lachwekkend eenvoudig: “Do it any way you wanna do it, do it any way you wanna” en dat dan een keer of twaalf. Oh ja, hij wordt nog een keertje onderbroken door tweemaal de kreet ‘Do it’.
Maar heeft het nummer een andere tekst nodig? Geenszins. Deze is precies goed. Het gaat namelijk niet om de woorden, maar om die onweerstaanbare groove. Niet voor niets is die in andere disco dance classics al eens gerecycled. Natuurlijk door The Jungle Borthers voor hun hit “What U Waitin’ For’ (‘Jump up freak a hustle, do what you want but move every muscle’) in 1990. Maar er is nog een minder voor de hand liggende cover. Niet lang na het verschijnen van de originele versie namelijk kwam de Jamaicaanse zanger/DJ Lester Bullocks als Dillinger op zijn album ‘CB 200’ met een liedje aanzetten, dat pas een jaar later een grote hit werd: ‘Cokane (In) My Brain’. Hij heeft overduidelijk naar ‘Do It’ geluisterd, want als je het basloopje daarvan wat langzamer speelt, kom je op de instrumentale track uit, waar overheen de man uit Kingston zijn ‘Hey Jim, I want you to spell for me New York’ oreert.
The People’s Choice werd in 1971 in Philadelphia opgericht en ze hadden in Amerika tien hits in de R&B-lijst in tien jaar tijd. Hun enige nummer 1 is deze ‘Do It Any Way You Wanna', het openingsnummer van hun album ‘Boogie Down USA’. Lang dacht ik dat ik daarmee in het bezit was van de langst mogelijke versie van het nummer, tot ik een paar jaar geleden op een vage Philly-verzamelaar een ruim vijf minuten durende uitvoering ontdekte. ‘Never released before’ was de aanprijzing. Als een kind zo blij zette ik ‘m thuis op. Meer dan wat opgelengde stukjes kon ik niet ontdekken, maar ach… wat deed het er toe. Ook al zet je het nummer op ‘repeat’, dan nog gaat het nooit vervelen! Een disco dance classics party op basis van een playlist met maar één track? Do It!

donderdag 1 januari 2009

groovin' & movin' 2009 in

Twaalf uur achter elkaar... Nee niet de nieuwste show van Armin van Buuren, die de lengte van zijn DJ-set heeft opgerekt met 33 % (was 9 uur), maar een heuse Classic Disco Sylvester / New Years Day - party. Ik heb 'm grotendeels uitgezeten, want hij duurde van 18.00 uur tot 06.00 uur. Met precies daartussen in de jaarwisseling. Niks geen Top 2000 of flauwe eindejaarsshows, dan wel concertregistraties op radio en TV. Nee, gewoon oud en nieuw gevierd in het bijzijn van lieve mensen en de nieuwste media. Want met je PC haal je alle leuke stations binnen, die er maar te vinden zijn. Ik koos deze jaarwisseling dan ook voor de programmering van Danceteria (http://www.danceteria.nl/) en ik moet zeggen: erg swingend! Geen geouwehoer tussen de liedjes; actuele nieuwsberichten op het hele uur en gigalekkere dance tracks. 's Middags eerst al genieten van de Soul Kitchen Top 100 (vernoemd naar hun dagelijkse middagprogramma) en direct erna kon ik mijn parketvloer omtoveren tot disco-werkterrein. Hoeveel dance tracks kan iemand aan? Veel, zo heb ik gemerkt, want het gros disco dance classics, dat zich achter elkaar aandiende, haalde heel veel herinneringen bij me boven. Wat een lekkere liedjes zijn er de afgelopen decennia in dat genre gemaakt zeg! Helaas eisten de zeer lange werkdagen van de weken ervoor in combinatie met de nieuwjaarschampagne zijn tol, zodat ik de laatste vijf-voor-zes-plaat niet meer heb kunnen horen. Maar mijn discofeest was toen al ruimschoots geslaagd dankzij deze classic disco dance night van Danceteria. Eind dit jaar doe ik 'm vast en zeker nog eens dunnetjes over...